ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing IOAW-uitkering wegens niet voldoen aan werkloze werknemer criteria
Appellant, geboren in 1943, verhuisde in 1978 naar Groot-Brittannië waar hij diverse uitkeringen ontving, waaronder een invalidity benefit die in 1998 werd geblokkeerd. Na terugkeer in Nederland vroeg hij in 2003 een IOAW-uitkering aan, welke door het College werd afgewezen omdat appellant niet als werkloze werknemer in de zin van de IOAW kon worden aangemerkt.
De rechtbank Zutphen bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat zij niet bevoegd was de rechtmatigheid van de blokkering van de Britse invalidity benefit te beoordelen. Appellant stelde in hoger beroep dat de Britse uitkeringen gelijkgesteld moesten worden met arbeid in loondienst, maar de Raad verwierp dit standpunt.
De Raad overwoog dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 2 IOAW Pro, aangezien hij geen Nederlandse of andere EG-werkloosheidsuitkering ontving na de blokkering van zijn Britse invalidity benefit. Gemeenschapsrecht bood appellant geen uitkomst, en de aanvraag werd terecht afgewezen. De Raad bevestigde het bestreden vonnis en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De aanvraag van appellant om een IOAW-uitkering wordt afgewezen omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor werkloze werknemer.