ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidsschatting in WAO-uitkering na medische herbeoordeling
Appellant, voormalig werkzaam in de tuinbouw, ontving sinds 1 oktober 1998 een WW-uitkering en meldde zich op 1 mei 2000 ziek met diverse klachten. Het UWV stelde na onderzoek een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% vast en verklaarde bezwaren van appellant ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel na deskundigenonderzoek door psychiater Van Ittersum, die geen aanwijzingen vond voor psychiatrische ziekte.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de deskundige onvoldoende informatie had verkregen omdat de huisarts en psychiater niet hadden gereageerd op verzoeken om aanvullende gegevens. De Raad overwoog dat de deskundige voldoende zijn taak had vervuld en dat het ontbreken van deze gegevens niet leidde tot een onzorgvuldig onderzoek.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant op de data in geding in staat was om bepaalde functies te verrichten en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. Er waren geen gronden om het bestreden besluit te vernietigen of te wijzigen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45% en verklaart het hoger beroep ongegrond.