ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over mate van arbeidsongeschiktheid WAZ-uitkering
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het Uwv tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) met een mate van 65-80% arbeidsongeschiktheid. De aanvraag tot toekenning van de WAZ-uitkering werd ingediend op 6 november 2000.
De Raad baseerde zich op deskundigenrapporten van een klinisch psycholoog en een huisarts, die geen bevestiging vonden voor een organo-psychosyndroom als verklaring voor de toestand van appellant. Wel onderschreven zij de door verzekeringsartsen vastgestelde arbeidsbeperkingen per 6 november 1999.
De Raad benadrukte dat voor de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid niet de diagnose doorslaggevend is, maar de objectief vastgestelde beperkingen. De Raad zag geen reden om af te wijken van het oordeel dat appellant op 6 november 1996 niet was verhinderd tot het verrichten van gangbare arbeid in voldoende functies. Een nader medisch onderzoek werd niet noodzakelijk geacht en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit en wijst het hoger beroep af.