ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ziekengeld na vaststelling geschiktheid voor gangbare arbeid
Appellant, voorheen timmerman, ontving een WAO-uitkering die per 9 januari 2003 werd ingetrokken omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht voor gangbare arbeid. Hij meldde zich op 5 februari 2003 ziek met diverse klachten. Het UWV verklaarde hem per 1 mei 2003 hersteld en beëindigde het ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar en werd onderzocht door een bezwaarverzekeringsarts, die een psychiatrische expertise liet uitvoeren. Op basis van het psychiatrisch rapport werd appellant geschikt geacht voor de functies die hem waren voorgehouden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nog niet in staat was te werken en dat het onderzoek onzorgvuldig was, met name dat het psychiatrisch rapport ondeugdelijk zou zijn. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, dat ook lichamelijk onderzoek had plaatsgevonden en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de deskundigheid van de psychiater. Er waren geen medische gegevens overgelegd die een andere conclusie rechtvaardigden.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het ziekengeld per 1 mei 2003 wordt bevestigd.