ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na vijfdejaars herbeoordeling met psychische beperkingen
Appellante, die sinds 1997 een WAO-uitkering ontving wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, werd in het kader van de vijfdejaars herbeoordeling onderzocht. De verzekeringsarts stelde fysieke en psychische beperkingen vast, waaronder een urenbeperking tot 20 uur per week, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Het UWV herzag daarop haar uitkering naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar psychische beperkingen werden onderschat. Na aanvullend onderzoek en rapportage bevestigde de bezwaarverzekeringsarts het eerdere oordeel. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en in hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad oordeelde dat de medische informatie, waaronder de rapportage van de Riagg, geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling. De functies waarop de schatting was gebaseerd, waren passend bij de vastgestelde belastbaarheid. Het bestreden besluit was daarmee gegrond en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van appellante ongegrond.