ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ziekengeld wegens ontbreken aangepast schoeisel
Appellant, werkzaam als magazijnmedewerker, meldde zich ziek vanwege voetklachten. Het UWV weigerde ziekengeld omdat verzekeringsarts Van Mierlo oordeelde dat appellant zijn arbeid kon verrichten, mits met aangepast schoeisel. Dit schoeisel was echter niet beschikbaar op de datum van ziekmelding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat hij zonder aangepast schoeisel niet kon werken en verwees tevens naar psychische klachten en verslavingsproblematiek. De Raad overwoog dat op grond van artikel 19 ZW Pro recht op ziekengeld bestaat indien men door ziekte niet in staat is de arbeid te verrichten.
Gezien de medische rapporten en het memo van Hahn dat appellant veel moest lopen en staan, concludeerde de Raad dat appellant zonder aangepast schoeisel niet kon werken. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van ziekengeld wordt vernietigd omdat appellant zonder aangepast schoeisel niet in staat was zijn arbeid te verrichten.