ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1523
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening weigering WUV-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in september 2000 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Deze aanvraag werd afgewezen omdat niet was vastgesteld dat zijn psychische klachten redelijkerwijs samenhingen met het omkomen van zijn vader in 1944.
In augustus 2004 verzocht appellant opnieuw om een uitkering, maar dit verzoek werd afgewezen door de Pensioen- en Uitkeringsraad, die oordeelde dat er geen nieuwe medische feiten of gegevens waren die een herziening van het eerdere besluit rechtvaardigden. Appellant stelde beroep in tegen deze weigering.
De Raad stelde vast dat het ingediende psychiatrisch rapport uit 2005 de eerdere medische bevindingen bevestigde en geen nieuwe feiten bevatte die het eerdere besluit zouden kunnen wijzigen. De Raad oordeelde dat de psychische klachten van appellant niet rechtstreeks en doorslaggevend samenhangen met het overlijden van zijn vader als gevolg van vervolging.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Het eerdere besluit tot weigering van de WUV-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot herziening van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.