ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek per 1 januari 2001
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om een WAO-uitkering te weigeren, omdat zijn klachten op de datum van het einde van zijn ambtenaarschap (1 januari 2001) geen ziekte of gebrek in de zin van de WAO vormden.
De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde aan dat het UWV onzorgvuldig met zijn zaak was omgegaan, dat de rapportage van de verzekeringsarts onjuist en overdreven positief was, en dat er geen informatie was opgevraagd bij zijn huisarts. Tevens verzocht hij om benoeming van een zenuwarts als deskundige.
De Raad oordeelde dat ondanks eerdere fouten van het UWV, het bestreden besluit zorgvuldig was voorbereid. De stellingen van appellant over onjuistheden in de rapportage waren niet onderbouwd. Het verzoek tot nader medisch onderzoek werd afgewezen. De Raad vond dat voldoende medische informatie aanwezig was en dat de situatie rond 1 januari 2001 geen arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.