ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV inzake arbeidsongeschiktheid ondanks familiair slaapstoornis
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij haar arbeidsongeschiktheidsuitkering, toegekend op basis van een mate van 80 tot 100%, met ingang van 1 januari 2003 is ingetrokken. Zij stelde dat de rechtbank en de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende rekening hadden gehouden met haar medische situatie, met name het familiair delayed sleep phase syndroom waarvan zij sinds haar geboorte last heeft.
De Raad heeft overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende op de hoogte was van het syndroom en de gevolgen daarvan voor de belastbaarheid van appellante adequaat heeft ingeschat. De medische verklaringen die appellante in hoger beroep heeft ingediend, waaronder die van een orthopedagoog en een centrum voor jongvolwassenen, boden onvoldoende aanleiding om de eerdere beoordeling te herzien.
De Raad zag geen reden om een medisch deskundige te raadplegen en vond het bestreden besluit niet op een ondeugdelijke grondslag berusten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellante.