ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij hij stelde volledig arbeidsongeschikt te zijn. Hij voerde aan dat zijn analfabetisme en het ontbreken van het benodigde opleidingsniveau onvoldoende waren meegewogen bij de beoordeling van zijn arbeidsmogelijkheden.
De Raad overwoog dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig en weloverwogen was, waarbij ook informatie van de behandelende oogarts was betrokken en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat rekening hield met de klachten van appellant. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat appellant, ondanks beperkte lees- en schrijfvaardigheden, eenvoudige productiefuncties kon vervullen met mondelinge instructies.
De Raad stelde vast dat appellant op basis van zijn werkervaring een opleidingsniveau 2 kan worden toegeschreven en dat de schatting van een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15% op goede gronden berust. Daarmee is het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering terecht en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is.