ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering per 9 september 1995 wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als sjouwerman, kreeg vanaf 15 januari 1980 een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Na meerdere herzieningen werd de mate van arbeidsongeschiktheid vanaf 1 augustus 1985 vastgesteld op 15 tot 25%. Appellant verzocht in maart 2000 om een herkeuring vanwege verslechterde klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheid van 80-100% vast en wijzigde de uitkering met ingang van 22 maart 1999.
Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en stelde dat de toename van arbeidsongeschiktheid reeds in 1991 had plaatsgevonden, mede onder verwijzing naar medische informatie van behandelend artsen in Marokko. Het UWV stelde de ingangsdatum bij naar 9 september 1995, waarna de rechtbank dit besluit aanvankelijk vernietigde wegens onvoldoende motivering. Na nieuw onderzoek en rapportage handhaafde het UWV het besluit, wat de rechtbank en uiteindelijk ook de Centrale Raad van Beroep bevestigden.
De Raad overwoog dat de medische gegevens, waaronder brieven van de behandelend psychiater, niet aantonen dat appellant vóór 9 september 1995 52 weken onafgebroken toegenomen arbeidsongeschikt was. Ook werd vastgesteld dat er geen ziekenhuisopname was tussen 1991 en 1995 en dat eventuele beperkingen in die periode waren verminderd. Appellant heeft geen objectieve medische gegevens overgelegd die het standpunt van het UWV en de bezwaarverzekeringsarts ondermijnen. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; herziening WAO-uitkering per 9 september 1995 bevestigd.