ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woonvoorziening onder Wet Voorzieningen Gehandicapten wegens therapeutisch karakter
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een woonvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor een bad en aanpassing van een schuur op grond van de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG). Het verzoek werd door de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) afgewezen omdat de voorzieningen niet dienden ter opheffing van lichamelijke beperkingen, maar een therapeutisch karakter hadden.
De rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. De voorzieningen, waaronder het ligbad bedoeld voor ontspanning en de aanpassing van de schuur met een functie gelijk aan een uitraaskamer, vielen volgens vaste rechtspraak niet onder het bereik van de WVG.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en het besluit van ISD. Er is geen aanleiding om de afwijzing te herzien of om appellante te veroordelen in de proceskosten. De Raad bevestigt daarmee dat therapeutische voorzieningen niet in aanmerking komen voor vergoeding op grond van de WVG.
Uitkomst: De aanvraag voor de woonvoorziening wordt afgewezen omdat therapeutische voorzieningen niet onder de WVG vallen.