ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Overschrijding bezwaartermijn niet verschoonbaar in bezwaar tegen UWV-besluit
Appellante stelde bezwaar in tegen een besluit van het UWV, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank Breda oordeelde dat niet onomstotelijk vaststond dat het bezwaarschrift tijdig was verzonden, mede omdat een frankeermachine-datum geen overtuigend bewijs vormt en het poststempel een latere datum aangaf.
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep en concludeerde dat appellante niet had aangetoond dat het bezwaarschrift binnen de termijn was verzonden. De brief van TPG Post bood geen steun voor haar stelling. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat geen verschoonbare omstandigheden aanwezig waren.
Daarmee werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De uitspraak werd bevestigd en de Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.