ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor eigen werk bij WAO-uitkering
Appellante meldde zich in juni 2001 ziek wegens psychische klachten en verzocht om een WAO-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat het verzuim niet aan ziekte of gebrek werd toegeschreven. Na bezwaar en aanvullend psychiatrisch onderzoek door deskundigen, waaronder psychiater Gerssen, werd vastgesteld dat appellante een lichte ongedifferentieerde somatoforme stoornis heeft, maar dat deze geen objectief aantoonbare ziekte vormt die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat appellante terecht geen uitkering kreeg, omdat de beperkingen van lichte aard waren en het werk van appellante als sociaal verpleegkundige niet werden belemmerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische grondslag van het besluit onvoldoende was, mede gelet op het deskundigenrapport van Gerssen.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat de beperkingen van appellante, zoals door Gerssen vastgesteld, haar niet verhinderen haar eigen werk van 18 uur per week te verrichten. De aard van het werk is licht en emotioneel niet zwaar. Er is geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Verzoeken tot schadevergoeding en proceskostenveroordeling worden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.