ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bestuurder niet aansprakelijk voor premieschuld wegens ontbreken kennelijk onbehoorlijk bestuur
Appellant was bestuurder van een besloten vennootschap die failliet werd verklaard op 9 mei 2001. Het UWV stelde appellant hoofdelijk aansprakelijk voor niet-betaalde premies van circa €16.869 op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Het UWV baseerde deze aansprakelijkstelling op vermeend kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank had het UWV gelijk gegeven en het beroep van appellant afgewezen, waarbij werd aangenomen dat appellant ook na zijn officiële uitschrijving als bestuurder feitelijk leiding gaf en dat er sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel heroverwogen.
De Raad concludeert dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Er is loonopgave gedaan en geen bewijs dat opzettelijk geen premies werden ingehouden of afgedragen. Onregelmatigheden in de administratie en achterstanden in premies zijn onvoldoende om onbehoorlijk bestuur aan te nemen.
Daarom vernietigt de Raad het besluit en de aangevallen uitspraak en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot hoofdelijke aansprakelijkstelling wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.