ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbaarheid
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een inhouding op zijn bezoldiging terug te betalen en hem terug te plaatsen in zijn oude functie. Het college wees dit verzoek bij besluit af. Appellant diende vervolgens een bezwaarschrift in tegen dit besluit, maar deed dit na de wettelijke termijn van zes weken.
De rechtbank stelde vast dat appellant de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift had overschreden en oordeelde dat deze overschrijding niet verschoonbaar was. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit van 16 maart 2004, waarbij het bezwaar ongegrond was verklaard.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad benadrukte dat het ontbreken van een bezwaarclausule onder het primaire besluit niet automatisch leidt tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Bovendien had appellant uit de inhoud van het besluit redelijkerwijs kunnen afleiden dat het een besluit betrof waartegen bezwaar kon worden gemaakt. Het feit dat appellant dit pas na een tweede lezing inzag, kon niet tot verschoonbaarheid leiden.
De Raad besloot het hoger beroep ongegrond te verklaren en wees een vergoeding van proceskosten af. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar in stand.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn zonder verschoonbaarheid.