ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar lagere mate van arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin het besluit van het UWV werd bevestigd om de WAO-uitkering te herzien. Het UWV had op 3 november 2003 het eerdere besluit van 14 november 2001 gehandhaafd en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45-55%, in plaats van de eerdere 80-100%.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting op 29 september 2006 verricht en heeft de overwegingen van de rechtbank onderschreven. De Raad oordeelde dat het UWV terecht en op goede gronden het besluit had genomen om de uitkering te herzien.
Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd op 10 november 2006 in het openbaar gedaan door rechter J. Janssen, in aanwezigheid van griffier M.H.A. Uri.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.