ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2094

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-4231 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering naar lagere mate van arbeidsongeschiktheid

Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin het besluit van het UWV werd bevestigd om de WAO-uitkering te herzien. Het UWV had op 3 november 2003 het eerdere besluit van 14 november 2001 gehandhaafd en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45-55%, in plaats van de eerdere 80-100%.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting op 29 september 2006 verricht en heeft de overwegingen van de rechtbank onderschreven. De Raad oordeelde dat het UWV terecht en op goede gronden het besluit had genomen om de uitkering te herzien.

Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak werd op 10 november 2006 in het openbaar gedaan door rechter J. Janssen, in aanwezigheid van griffier M.H.A. Uri.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.

Uitspraak

04/4231 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank `s-Gravenhage van 24 juni 2004, 03/5296 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 november 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.M.T. van Diepen, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift en een nader arbeidskundig rapport ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2006. Voor appellant is verschenen mr. Van Diepen, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. de Graaff.
II. OVERWEGINGEN
Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreidere weergave van de feiten en omstandigheden die in dit geding van belang zijn, volstaat de Raad met het volgende.
Evenals in beroep ligt thans in hoger beroep ter beantwoording de vraag voor of het Uwv bij besluit van 3 november 2003, waarbij hij (opnieuw) heeft gehandhaafd zijn besluit van 14 november 2001, terecht en op goede gronden de aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die voordien laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%, heeft herzien en met ingang van 13 januari 2002 nader heeft vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%.
De Raad beantwoordt voormelde vraag net als de rechtbank bij de aangevallen uitspraak bevestigend. De Raad kan de ter zake door de rechtbank gehanteerde overwegingen geheel onderschrijven en maakt deze tot de zijne.
Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt derhalve bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling uit te spreken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 november 2006.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.H.A. Uri.