ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit vaststelling veronderstelde ouderlijke bijdrage studiekosten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van de IB-Groep waarin de veronderstelde ouderlijke bijdrage 2002 voor zijn dochter werd vastgesteld. Hij stelde dat hij sinds 1998 geen contact meer heeft met zijn dochter en dat hij niet verplicht kan worden haar studie te financieren.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Zowel in het bestreden besluit als in de uitspraak is benadrukt dat de veronderstelde ouderlijke bijdrage geen rechtens afdwingbare verplichting tot betaling inhoudt, maar slechts een rekeneenheid is voor de bepaling van de aanvullende beurs.
Appellant is niet verschenen bij de zitting, terwijl de IB-Groep vertegenwoordigd was. De Raad concludeert dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.