ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid door UWV op 25-35%
Appellant betwistte de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% per 17 december 2002 en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt is. Hij overlegde verklaringen van behandelend psychologen die zijn arbeidsongeschiktheid onderschrijven en verzocht om benoeming van een deskundige.
De bezwaarverzekeringsarts had deze verklaringen reeds beoordeeld en haar standpunt bevestigd dat de beperkingen van appellant niet tot volledige arbeidsongeschiktheid leiden. De Raad zag geen aanleiding een deskundige te benoemen, omdat er geen nieuwe gezichtspunten waren ingebracht.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld op 25 tot 35%. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het hoger beroep werd behandeld op 29 september 2006, waarbij appellant niet verscheen. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep werd op 10 november 2006 in het openbaar gedaan door J. Janssen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant arbeidsongeschikt is voor 25 tot 35% en wijst het hoger beroep af.