ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht aanvullende studiefinancieringsbeurs
Appellant diende een aanvraag in voor studiefinanciering waarbij abusievelijk niet werd aangekruist dat hij ook recht had op een aanvullende beurs. De IB-Groep kende hem een basisbeurs toe, maar wees een verzoek om terugwerkende kracht voor de aanvullende beurs af. Appellant stelde dat hij en zijn moeder herhaaldelijk contact hadden gehad met de IB-Groep over de aanvullende beurs en dat hij pas na een jaar bij de servicebalie werd geïnformeerd over zijn recht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet was voldaan aan de uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in artikel 11.5 van de Wet studiefinanciering 2000. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en benadrukte dat appellant zelf een fout had gemaakt door het formulier onjuist in te vullen en geen bezwaarschrift had ingediend binnen de termijn.
De Raad stelde vast dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld welke informatie appellant telefonisch had ontvangen en dat geen ondubbelzinnige toezeggingen of gerechtvaardigde verwachtingen waren gewekt door de IB-Groep. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van terugwerkende kracht voor de aanvullende beurs wordt bevestigd.