ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Weigering studiefinanciering wegens niet voldoen aan nationaliteitseis bevestigd
Appellant had vanaf 1 september 2003 studiefinanciering ontvangen op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Op 15 oktober 2004 werd hem door de IB-Groep medegedeeld dat de studiefinanciering per 1 maart 2005 zou worden geweigerd wegens het niet voldoen aan de nationaliteitseis. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de IB-Groep ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk met het argument dat een brief van 22 november 2004 geen appellabel besluit zou zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze brief wel een appellabel besluit is, waardoor het bezwaar terecht ontvankelijk was.
De Raad stelde vast dat appellant de Surinaamse nationaliteit heeft en niet voldoet aan de gelijkstellingsregeling voor studiefinanciering. De IB-Groep heeft terecht geweigerd de studiefinanciering te prolongeren. Hoewel appellant stelde dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op prolongatie, achtte de Raad dat de IB-Groep voldoende rekening had gehouden met de bij appellant gewekte verwachtingen door de eerdere toekenning niet te herzien of terug te vorderen.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat de IB-Groep het betaalde griffierecht aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: De weigering van studiefinanciering wegens het niet voldoen aan de nationaliteitseis wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.