ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over hoogte gedifferentieerde WAO-premie bij gedeeltelijke overname onderneming
In deze zaak staat de hoogte van de gedifferentieerde WAO-premie over het jaar 2003 centraal. Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de premie door appellant, waarbij zij werd ingedeeld als grote werkgever met een premiepercentage van 4,41%. Betrokkene stelde dat zij slechts een gedeeltelijke overname van vier gefailleerde vennootschappen had gedaan, en niet 100% van de activiteiten zoals door appellant werd aangenomen.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat één van de vennootschappen, Inventra Verhuizingen B.V., slechts gedeeltelijk was overgenomen, namelijk één van de drie vestigingen. De overige vestigingen waren verkocht aan andere partijen, inclusief het personeel. Hierdoor ontbrak een juiste feitelijke grondslag voor de hogere premie.
Appellant voerde aan dat bij de berekening van de premie rekening was gehouden met de premieloon- en uitkeringsgegevens van de overgenomen vennootschappen en dat dit gunstiger was voor betrokkene. De Raad kon dit echter niet vaststellen wegens gebrek aan nadere toelichting van appellant.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de vaststelling van de gedifferentieerde premie op basis van een volledige overname onjuist was. De Raad wijst er tevens op dat het bedrijfsbezoek waarbij informatie werd verkregen niet met een directielid maar met een personeelsmedewerkster plaatsvond en niet specifiek gericht was op de premievaststelling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de gedifferentieerde WAO-premie terecht is vastgesteld op basis van een gedeeltelijke overname.