ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over arbeidsongeschiktheid op basis van medisch deskundigenrapport
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over zijn arbeidsongeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep heeft het deskundigenrapport van zenuwarts D.H.J. Boeykens, opgesteld op verzoek van de rechtbank, als doorslaggevend beschouwd. Volgens dit rapport waren de klachten van appellant medisch niet objectiveerbaar en voldeden deze niet aan de criteria van een depressieve of andere psychiatrische stoornis.
De deskundige stelde vast dat appellant op en na 20 september 2002 met de vastgestelde beperkingen in staat was om de functies te vervullen die hem waren voorgehouden in het kader van de WAO-schatting. De Raad zag geen reden om af te wijken van het oordeel van deze onafhankelijke deskundige en vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het vonnis van de rechtbank Breda. Appellant was niet verschenen bij de zitting, terwijl het UWV zich liet vertegenwoordigen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Schuttel op 10 november 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet arbeidsongeschikt was op 20 september 2002 en wijst het hoger beroep af.