ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2288

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-33 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing UWV over arbeidsongeschiktheid op basis van medisch deskundigenrapport

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over zijn arbeidsongeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep heeft het deskundigenrapport van zenuwarts D.H.J. Boeykens, opgesteld op verzoek van de rechtbank, als doorslaggevend beschouwd. Volgens dit rapport waren de klachten van appellant medisch niet objectiveerbaar en voldeden deze niet aan de criteria van een depressieve of andere psychiatrische stoornis.

De deskundige stelde vast dat appellant op en na 20 september 2002 met de vastgestelde beperkingen in staat was om de functies te vervullen die hem waren voorgehouden in het kader van de WAO-schatting. De Raad zag geen reden om af te wijken van het oordeel van deze onafhankelijke deskundige en vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het vonnis van de rechtbank Breda. Appellant was niet verschenen bij de zitting, terwijl het UWV zich liet vertegenwoordigen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Schuttel op 10 november 2006.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet arbeidsongeschikt was op 20 september 2002 en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

05/33 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 25 november 2004, 03/752 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 november 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. F.J. Koningsveld, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2006. Appellant is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E.G. de Jong.
II. OVERWEGINGEN
De Raad neemt als vaststaand aan de feiten die ook de rechtbank in rubriek 2 van de aangevallen uitspraak als vaststaand heeft aangenomen. De Raad overweegt als volgt.
Wat betreft het medische en arbeidskundige aspect van de in geding zijnde beoordeling kent de Raad met de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan het op verzoek van de rechtbank door de zenuwarts D.H.J. Boeykens op 17 mei 2004 omtrent appellant uitgebrachte rapport.
De deskundige kon zich geheel vinden in de door de verzekeringsartsen van het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellant op de in geding zijnde datum 20 september 2002. Naar zijn mening zijn de klachten van appellant medisch niet objectiveerbaar en beantwoorden deze niet aan de criteria van een depressieve stoornis of een andere psychiatrische stoornis.
Naar de mening van Boeykens was appellant op en na 20 september 2002 met de door hem vastgestelde beperkingen in staat de functies te vervullen die in het kader van de onderhavige schatting aan hem voorgehouden zijn.
In vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat de Raad het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel pleegt te volgen.
Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken is de Raad niet gebleken.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 november 2006.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) T.R.H. van Roekel.
GG161006