ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WAO-dagloon met terugwerkende kracht en rentevergoeding
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht over de vaststelling van het WAO-dagloon en de vergoeding van wettelijke rente. Betrokkene had een verzoek ingediend tot herziening van zijn dagloon, waarop het UWV het dagloon met terugwerkende kracht verhoogde en rente toekende.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene tegen de rentevergoeding gegrond verklaard en een hogere rentevergoeding toegekend. Het UWV stelde dat de gevolgen van het onrechtmatige besluit uit 1991 voor risico van betrokkene moesten komen en dat rente pas na afloop van de wettelijke beslistermijn verschuldigd was.
De Centrale Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet in stand kon blijven omdat het UWV had verzuimd rente over rente toe te kennen. De Raad bevestigde de vernietiging van het besluit, zij het op andere gronden dan de rechtbank had gedaan, en veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten; het UWV dient een nieuw besluit te nemen.