ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging korting AOW-pensioen wegens onterecht niet-ingezetenschap tijdens verblijf in Parijs en Burkina Faso
Appellant vroeg in 2002 een AOW-uitkering aan. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende hem een AOW-pensioen toe met een korting van 22%, later 28%, vanwege perioden van verblijf in het buitenland die als niet-verzekerd werden aangemerkt. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij gedurende zijn verblijf in Parijs (studie) en de eerste twee jaren in Burkina Faso (vrijwilligerswerk) als ingezetene van Nederland moest worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad overwoog dat het middelpunt van het maatschappelijk leven van appellant tijdens zijn studie in Parijs niet was verplaatst naar het buitenland en dat ook gedurende de eerste twee jaren in Burkina Faso sprake was van een uitzending vanuit Nederland. De beleidsregels van de Svb die het ingezetenschap na drie jaar verblijf in het buitenland als geëindigd beschouwen, konden niet afdoen aan de wettelijke uitleg door de rechter.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de Svb een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Svb moet een nieuw besluit nemen waarbij appellant als ingezetene wordt aangemerkt voor de betreffende periode.