ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2880

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-817 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens geheel tegemoetkomend nieuw besluit UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar inzake een geschil met het UWV. Het UWV heeft vervolgens op 14 augustus 2006 een nieuw besluit genomen dat volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant. Hierdoor is het geschil tussen partijen komen te vervallen.

Gezien het feit dat er geen belang meer bestaat bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht tot vergoeding van de proceskosten van appellant, zowel voor de eerste aanleg als voor het hoger beroep.

De uitspraak is gedaan door rechter M.A. Hoogeveen en uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2006. Tevens wordt het door appellant betaalde griffierecht aan hem vergoed.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

06/817 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 19 december 2005, 05/1175 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 oktober 2006.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. I. Wudka, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 4 augustus 2006 heeft de Raad het Uwv een vraag gesteld.
In reactie hierop heeft het Uwv de Raad een afschrift van een op 14 augustus 2006 nader genomen besluit doen toekomen.
Bij schrijven van 1 september 2006 heeft mr. Wudka, voornoemd, de Raad laten weten dat het Uwv met het besluit van
14 augustus 2006 geheel tegemoet komt aan de bezwaren van appellant.
Partijen hebben desgevraagd toestemming verleend behandeling ter zitting achterwege te laten.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 14 augustus 2006 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Dit besluit komt geheel tegemoet aan het beroep van appellant. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van dat besluit en hetgeen overigens is aangevoerd, geen geschil meer. Derhalve heeft appellant geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 644,-- voor kosten van verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en een bedrag van € 322,-- voor kosten van verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 966,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellant betaalde griffierecht van € 140,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2006.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) P. Boer.