ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Verhuisbericht leidt niet automatisch tot wijziging studiefinanciering uitwonende studerende
Appellant had de IB-Groep per fax op 20 oktober 2002 geïnformeerd over zijn verhuizing van Bilthoven naar Nijmegen met ingang van 1 november 2002. De IB-Groep heeft appellant echter pas per 1 augustus 2003 als uitwonende studerende aangemerkt en de studietoelage dienovereenkomstig aangepast. De rechtbank had het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd.
De Raad overweegt dat een adreswijziging op zich niet automatisch betekent dat de status van thuiswonende studerende verandert in die van uitwonende studerende. De IB-Groep is niet verplicht om op basis van een adreswijziging zelfstandig te onderzoeken of de woonsituatie daadwerkelijk is gewijzigd. Het is aan de studerende zelf om duidelijk te maken dat hij uitwonend is geworden en een omzetting van de beurs aan te vragen.
Appellant had pas op 30 augustus 2003, met gebruikmaking van het daarvoor bestemde formulier, gemeld dat hij per 1 november 2002 uitwonend was geworden. Volgens artikel 3.21, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 kan de verhoging van de studiefinanciering niet met terugwerkende kracht worden toegekend, maar pas vanaf de maand waarin de aanvraag is gedaan. De Raad ziet geen reden om het hoger beroep te honoreren en bevestigt de eerdere uitspraak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke en tijdige melding door de studerende zelf om aanspraak te maken op een uitwonendenbeurs.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de uitwonendenbeurs per 1 augustus 2003 blijft gehandhaafd.