ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluit met toekenning wettelijke rente en proceskosten
Appellante stelde in hoger beroep dat haar medische beperkingen zijn onderschat en dat zij niet in staat is de door het UWV geduide functies te verrichten. Zij bracht medische stukken in, waaronder rapporten van haar behandelend reumatoloog en een anesthesioloog, die wijzen op artrose en degeneratieve klachten.
Het UWV baseerde haar standpunt op onderzoeken van verzekeringsartsen die concludeerden dat de beperkingen van appellante reeds voldoende waren verwerkt in de functionele mogelijkhedenlijst. De bezwaarverzekeringsarts vond dat de medische gegevens geen aanleiding gaven tot het aannemen van extra beperkingen.
Na nadere beoordeling concludeerde het UWV dat de functie van inpakker koekjes ongeschikt was en verving deze door de functie van productiemedewerker industrie, wat leidde tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (45-55%). De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit op bezwaar toereikend was en verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Maastricht, verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 23 januari 2004 en veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd, het nieuwe besluit bevestigd en wettelijke rente en proceskosten aan appellante toegewezen.