ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens bestaand recht op Ziektewet-uitkering
Appellant was werkzaam als algemeen beveiligingsmedewerker en meldde zich ziek op 17 december 2003. De arbeidsovereenkomst werd op 16 juni 2004 ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Appellant vroeg daarop een WW-uitkering aan, maar het UWV weigerde deze vanwege een fictieve opzegtermijn en later omdat appellant recht had op een Ziektewet-uitkering vanaf die datum.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, omdat het recht op een Ziektewet-uitkering en een WW-uitkering niet gelijktijdig kunnen bestaan. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel wilde meewerken aan reïntegratie en dat het recht op WW-uitkering per 15 december 2004 zou moeten herleven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht het recht op WW-uitkering heeft geweigerd wegens het bestaan van een Ziektewet-uitkering. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op WW-uitkering wordt geweigerd vanwege bestaand recht op Ziektewet-uitkering.