ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.H. Polderman-Eelderink
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WWB afgewezen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden inzake een WWB-zaak. De Raad had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet binnen de gestelde termijn van vier weken zijn beroepsgronden had ingediend en geen verontschuldiging voor dit verzuim had gegeven.
Appellant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door middel van verzet, maar verscheen niet op de zitting. De Raad oordeelde dat het verzet ongegrond was omdat appellant niet had voldaan aan de minimumeisen voor het indienen van beroepsgronden en onvoldoende had gemotiveerd waarom hij het niet eens was met de aangevallen uitspraak.
De Raad benadrukte dat in hoger beroep expliciet moet worden aangegeven waarom men het niet eens is met de eerdere uitspraak. Het enkele verwijzen naar eerdere bezwaarschriften is ontoereikend, zeker omdat appellant ook in eerste aanleg niet was verschenen en slechts verwees naar eerdere bezwaren.
De Raad zag geen reden om het eerdere oordeel te herzien en wees het verzet af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 21 november 2006 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.