ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3019
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Geen erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellant, geboren in 1930 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin hem de status van burger-oorlogsslachtoffer werd geweigerd. Dit omdat hij niet voldeed aan de eis van blijvende invaliditeit ten gevolge van oorlogsgeweld.
De Raad heeft het medische bewijs beoordeeld, waaronder rapporten van artsen G. Kho en A.S.E.P. Textor. Hoewel Textor een psychische invaliditeit van 25% inschatte, werd dit mede beïnvloed door Parkinson, een aandoening die niet aan het oorlogsgeweld kan worden toegerekend. De psychische klachten die wel aan het oorlogsgeweld gerelateerd zijn, leiden volgens de Raad niet tot invaliditeit in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
De Raad concludeert dat het standpunt van de Pensioen- en Uitkeringsraad juist is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 november 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld.