ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3022
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen herziening periodieke uitkering en gehanteerde wisselkoersen
Appellant, een vervolgingsslachtoffer, ontving een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingslachtoffers 1940-1945. Na toekenning van een AOW-uitkering door de Sociale Verzekeringsbank werd de periodieke uitkering herzien, waarbij werd vastgesteld dat appellant teveel uitkering had ontvangen en dit bedrag werd teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen de gehanteerde wisselkoersen en de wijze waarop de toeslag voor de premie ziektekosten werd betrokken bij de berekening van zijn uitkering. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit waartegen bezwaar werd gemaakt geen nieuw of nader besluit betrof zoals bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven, met name over het verschil in de Amerikaanse situatie betreffende de ziektekostenpremie. De Raad overwoog dat de bezwaarprocedure terecht niet-ontvankelijk was verklaard omdat het bezwaar buiten het bestreden besluit viel. De Raad wees appellant op de verstrekte toelichtingen door verweerster over de berekeningswijze en de omrekening naar Amerikaanse dollars.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat geen toepassing van artikel 8:75 Awb Pro aan de orde was. Hiermee is het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de gehanteerde wisselkoersen en toeslag ziektekosten is terecht niet-ontvankelijk verklaard.