ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3025
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Strikte toepassing leeftijdsgrens bij toekenning uitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellante, geboren in 1932, vroeg in april 2004 een voorziening aan op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). De Commissie weigerde een invaliditeitsuitkering omdat zij op het moment van aanvraag ouder was dan 70 jaar, de gehanteerde leeftijdsgrens. De Raad oordeelt dat deze leeftijdsgrens niet als absolute grens mag worden toegepast zonder onderzoek naar uitzonderingen, zoals het langer doorwerken of eerdere arbeidsongeschiktheid.
De Raad stelt dat de AOR geen specifiek peilmoment voorschrijft voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en dat ook eerdere momenten relevant kunnen zijn. Verweerster had moeten onderzoeken of er sprake was van arbeidsongeschiktheid vóór het bereiken van de leeftijdsgrens. Dit onderzoek is in deze zaak achterwege gebleven, terwijl uit de stukken blijkt dat appellante al lange tijd psychische en psychosomatische klachten heeft.
De Raad concludeert dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens wordt appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit om de invaliditeitsuitkering te weigeren wordt vernietigd en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.