ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens onvoldoende functioneren ambtenaar in tijdelijke dienst
Appellante was sinds 1 januari 2003 tijdelijk aangesteld als medewerker ondersteuning bij de IND. Vanaf februari 2003 werden meerdere voortgangsgesprekken gevoerd waarin haar onvoldoende functioneren werd vastgesteld, met name het niet kwalitatief en kwantitatief vormen van dossiers en slechte scores op samenwerking en communicatie.
Op 10 maart 2003 werd haar mondeling het voornemen tot ontslag meegedeeld, dat later schriftelijk werd bevestigd met een ontslagdatum per 1 juli 2003. Appellante heeft bezwaar gemaakt en een klacht ingediend over pesterijen, maar deze werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde haar beroep tegen het ontslag ongegrond.
In hoger beroep heeft de Raad overwogen dat het ontslag op redelijke gronden is gebaseerd en niet in strijd is met rechtsregels of beginselen. De Raad concludeert dat het functioneren van appellante ver beneden de norm lag en dat het ontslag terecht is. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens onvoldoende functioneren wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.