ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering opschorting invordering onverschuldigde kinderbijslag en aflossingscapaciteit
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering van onverschuldigde kinderbijslag die de Sociale verzekeringsbank (Svb) had vastgesteld voor vijf in Pakistan verblijvende kinderen. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard wegens schending van artikel 7:2 Awb Pro, maar de Raad vernietigde eerdere uitspraken en handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de invordering had moeten worden opgeschort in afwachting van DNA-onderzoek naar het vaderschap en dat bij de berekening van zijn aflossingscapaciteit ten onrechte geen rekening was gehouden met betalingen aan zijn familie in Pakistan. De Raad overwoog dat bezwaar en beroep niet automatisch schorsen, maar dat opschorting mogelijk is. Hier was slechts sprake van een voornemen tot DNA-onderzoek, waardoor de Svb redelijk handelde door niet op te schorten.
Verder oordeelde de Raad dat de Svb niet verplicht is betalingen aan familie in het buitenland in mindering te brengen op het inkomen bij vaststelling van de aflossingscapaciteit, mede omdat onduidelijk bleef voor wie en waarom deze betalingen werden gedaan. Er was geen sprake van een bijzonder geval dat afwijking rechtvaardigde.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot opschorting van de invordering en de berekening van de aflossingscapaciteit zonder aftrek van betalingen aan familie.