ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant, die in Nederland heeft gewerkt en in 1978-1979 een korte Ziektewetuitkering ontving, vroeg in 1998 via de CNSS een WAO-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid die sinds 1978 zou bestaan. Het UWV weigerde de uitkering omdat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet kon worden vastgesteld en appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was geweest.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het recht op WAO-uitkering ontstaat na 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid. De medische stukken, inclusief die van appellant, dateren van na de beweerde arbeidsongeschiktheid en bieden geen bewijs van onafgebroken arbeidsongeschiktheid in de relevante periode.
Gezien het ontbreken van eerdere ziekmeldingen bij de CNSS en het lange tijdsverloop van 20 jaar, blijft het risico van onduidelijkheid voor rekening van appellant. De Raad concludeerde dat appellant niet aan de voorwaarden voldoet en bevestigde de weigering van het UWV. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van onafgebroken 52 weken arbeidsongeschiktheid.