ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens ondeugdelijke motivering urenbeperking
Appellante werkte sinds 3 januari 2000 als tuinbouwmedewerkster en viel op 27 maart 2000 uit wegens diverse klachten. Het UWV weigerde haar per 26 maart 2001 een WAO-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat het UWV geen onjuiste medische beperkingen had aangenomen en dat een urenbeperking niet nodig was.
In hoger beroep stelde appellante dat zij medisch meer beperkt was dan vastgesteld en dat de rechtbank ten onrechte geen medisch deskundige had ingeschakeld. De Raad constateerde dat het UWV het eerdere besluit op bezwaar had ingetrokken wegens een onjuiste maatvrouw en een nieuw besluit met gewijzigde motivering had genomen. De Raad vond dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante de geduide functies volledig kon vervullen, mede omdat het psychische aspect en de productiedruk onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat de motivering van het besluit op bezwaar van 17 september 2003 ondeugdelijk was en vernietigde dit besluit en de aangevallen uitspraak. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, en kreeg de opdracht een nieuw besluit te nemen met een betere motivering.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen.