ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ANW-uitkering voor ex-echtgenote zonder alimentatieverplichting
Appellante diende een aanvraag in op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) naar aanleiding van het overlijden van haar ex-echtgenoot in maart 1997. De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat appellante geen gezamenlijke huishouding voerde met de overledene en er geen alimentatieverplichting bestond.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 1 en Pro artikel 4 van Pro de ANW en derhalve geen recht had op een uitkering. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad overwoog dat gelijkstelling als nabestaande op grond van artikel 4 ANW Pro alleen mogelijk is bij economische afhankelijkheid, welke tot uitdrukking komt in een alimentatieverplichting vastgelegd in een uitspraak of akte. Omdat appellante erkende dat er geen alimentatieverplichting bestond, kon zij niet als nabestaande worden aangemerkt en had zij geen recht op een uitkering.
De Raad wees ook een vergoeding van proceskosten af op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een ANW-uitkering omdat zij geen nabestaande is volgens de wet.