ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens voldoende belastbaarheid ondanks psychische klachten
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAZ-uitkering door het UWV, omdat hij meent dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn psychische klachten. De rechtbank Breda oordeelde dat appellant per 28 juni 2000 in staat was om met de hem voorgehouden functies een inkomen te verdienen waarbij het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 25% bedraagt, en wees het beroep af.
In hoger beroep heeft appellant de eerdere grieven herhaald en het oordeel van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige zenuwarts Boeykens bestreden. Hij verwees daarbij naar aanvullende informatie van zijn huisarts en behandelend psychotherapeut.
De Raad heeft het geneeskundig onderzoek en de bevindingen van de verzekeringsartsen als zorgvuldig en weloverwogen beoordeeld. Ook de conclusies van de onafhankelijke deskundige zenuwarts Boeykens werden gevolgd, die op basis van medisch onderzoek en informatie van betrokken zorgverleners concludeerde dat appellant in staat is de voorgelegde arbeid te verrichten.
De Raad stelde vast dat de arbeidsdeskundige de functies opnieuw heeft beoordeeld met inachtneming van het aangepaste belastbaarheidspatroon en dat de overschrijdingen van de belastbaarheid voldoende zijn gemotiveerd. Gezien deze gronden is de weigering van de WAZ-uitkering terecht en wordt de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering aan appellant.