ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij UWV
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin werd geweigerd om loonbetalingsverplichtingen over te nemen en vakantietoeslag uit te keren vanwege het ontbreken van bewijsstukken en het overschrijden van wettelijke termijnen. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend zonder verontschuldigbare redenen.
De rechtbank Amsterdam heeft dit oordeel bevestigd en overwogen dat het bezwaar van appellant niet tijdig was ingediend en dat geen gronden waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Appellant stelde dat hij eerder bezwaar had gemaakt, maar dit kon niet worden aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat het bezwaarschrift van 8 maart 2004 uitsluitend kon worden opgevat als gericht tegen het besluit van 11 november 2003. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigden.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan appellant.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verontschuldigbare termijnoverschrijding en het hoger beroep wordt verworpen.