ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3632
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUBO-uitkering wegens ontbreken van tot invaliditeit leidend oorlogsgeschonden letsel
Appellant, geboren in 1932 te Soemedang, vroeg in juli 2005 een WUBO-uitkering aan op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiapperiode, waaronder internering in kampen. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet werd voldaan aan de wettelijke eis van blijvende invaliditeit door oorlogsgeschonden letsel.
Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onvolledig was, met name dat onvoldoende rekening was gehouden met de omstandigheden in de interneringskampen. De Raad overwoog dat de medische rapporten, inclusief die van de huisarts, uitvoerig aandacht besteedden aan deze omstandigheden en concludeerden dat er geen psychiatrische of somatische invaliditeit was die direct aan de oorlog gerelateerd kon worden.
De Raad stelde vast dat lichamelijke klachten zoals bronchitis, gonarthrosis, rugklachten en hypertensie niet oorzakelijk verband hielden met de internering, maar eerder met leeftijd en constitutie. Ook was geen medische reden gevonden voor het stoppen met werken in 1991. Er waren geen nieuwe medische verklaringen die tot een ander oordeel konden leiden. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de WUBO-uitkering wordt gehandhaafd.