ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbetaling vakantietegoed na einde dienstverband bij Universiteit Maastricht
Appellante was van november 2000 tot november 2002 als onderzoeker werkzaam bij de Universiteit Maastricht. Na afloop van haar dienstverband verzocht zij om uitbetaling van het resterende vakantietegoed van 128 uren. Dit verzoek werd door het college afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde het college dat het beleid destijds was dat vakantietegoed na ontslag niet werd uitbetaald tenzij schriftelijke afspraken met de leidinggevende waren gemaakt, wat in dit geval niet het geval was. De Raad constateerde dat appellante geen afspraken had gemaakt over uitbetaling en dat de communicatie over het opnemen van verlof ging. De informatie over het beleid was op de website van de universiteit beschikbaar in het Nederlands en Engels, waarbij instemming van de leidinggevende vereist was.
Appellante voerde aan dat zij niet tijdig was geïnformeerd over het niet uitbetalen van vakantiedagen, maar de Raad oordeelde dat het op haar weg lag om hierover informatie in te winnen. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden. De Raad concludeerde dat het college redelijk had gehandeld en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek om uitbetaling van het resterende vakantietegoed wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.