ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag WW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft na een herziening van zijn WAO-uitkering per 3 juni 2004 meerdere malen een WW-uitkering aangevraagd. Het UWV wees deze aanvragen af, omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het ontbreken van voldoende arbeidsverleden en het niet beschikbaar zijn voor werk. Appellant maakte bezwaar tegen het laatste besluit, stellende dat hij wel had gesolliciteerd, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht toepassing gaf aan artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat herziening van besluiten zonder nieuwe feiten of omstandigheden niet vereist is. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en ziet geen aanleiding om het standpunt van appellant te volgen, mede omdat de beweerde sollicitaties onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit terecht is genomen en dat het hoger beroep van appellant geen doel treft. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door voorzitter H. Bolt en griffier M.D.F. de Moor op 15 november 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag van appellant voor een WW-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten.