ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ambtenaar tot beëindiging sparen en vaststelling arbeidsduur op 40 uur per week
Appellant, sinds 1967 werkzaam binnen het gevangeniswezen en sinds 1999 adviseur, verzocht de minister om het sparen op basis van een spaarovereenkomst te beëindigen en zijn arbeidsduur per 1 januari 2003 vast te stellen op 40 uur per week. Dit verzoek werd door de minister afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het dienstbelang zich verzette tegen toewijzing.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de minister terecht uitging van een gemiddelde arbeidsduur van 36 uur per week voor de functie van adviseur, conform het Algemeen Rijksambtenarenreglement. De functie was speciaal voor appellant gecreëerd en kon binnen deze arbeidsduur worden vervuld. Hoewel de spaarovereenkomst uitging van 40 uur, was deze overeengekomen vóór plaatsing in de functie van adviseur en gehandhaafd om de datum van FLO-ontslag niet te wijzigen.
De Raad acht het niet doorslaggevend dat appellant mogelijk meer dan 40 uur werkte, aangezien overwerk op dit niveau gebruikelijk is en de minister de omvang van de functie mag bepalen. Het verzoek werd terecht afgewezen wegens onvoldoende werkaanbod. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat geen sprake is van gelijke gevallen. Het besluit is ook niet in strijd met het vertrouwensbeginsel. De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wijst vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om het sparen te beëindigen en de arbeidsduur vast te stellen op 40 uur per week wordt afgewezen wegens zwaarwegend dienstbelang.