ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV waarbij haar WAO-uitkering niet werd verhoogd ondanks haar verzoek op grond van vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid door chronische vermoeidheid.
De Raad oordeelt dat de belastbaarheid van appellante niet was gewijzigd ten opzichte van eerdere vaststellingen. Medische gegevens tonen geen objectief medisch vast te stellen arbeidsongeschiktheid aan, aangezien een internist geen afwijkingen vond en er geen medisch onderbouwde verklaring is voor haar klachten. De eigen opvatting van appellante is onvoldoende om arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO aan te nemen.
Arbeidskundig onderzoek bevestigt dat haar arbeidsongeschiktheid op de relevante data tussen 15% en 35% lag, wat geen aanleiding geeft tot verhoging van de uitkering. De Raad benadrukt dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid per tijdstip moet plaatsvinden en dat eerdere vaststellingen niet automatisch gelden voor latere perioden.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank Leeuwarden worden bevestigd en er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de besluiten van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering van appellante te verhogen wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.