ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld per 30 september 2003 wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante heeft zich ziek gemeld per 30 september 2003 vanwege diverse klachten, waaronder duizeligheid en suikerziekte. Het UWV heeft op basis van medisch onderzoek en rapporten besloten geen ziekengeld toe te kennen vanaf die datum. Dit besluit is door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep betoogt appellante dat het UWV niet alle relevante medische informatie heeft ingewonnen, met name van haar orthopedisch chirurg. Ook wijst zij op röntgenfoto's die botgroei in haar voeten aantonen. De Raad overweegt echter dat deze informatie van na de datum in geding is en dat er geen nieuwe feiten zijn die een verslechtering aantonen.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante op de datum in geding geschikt was voor functies waarbij niet langer dan vijf minuten achtereen gelopen hoeft te worden. Er is geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld per 30 september 2003 wegens onvoldoende medische onderbouwing.