ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor legeskosten ventvergunningen wegens niet-noodzakelijkheid
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de legeskosten van ventvergunningen verleend door de gemeente Lochem over de jaren 2000 tot en met 2003, ter hoogte van €826. Het College van burgemeester en wethouders van Winterswijk wees deze aanvraag af omdat de kosten niet noodzakelijk waren in de zin van artikel 35 van Pro de WWB. Ook het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep heeft appellant zich tegen deze uitspraak gekeerd, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat appellant in de betreffende jaren geen daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten heeft ontplooid waarvoor de vergunningen waren bedoeld, waardoor de kosten niet objectief noodzakelijk waren.
De Raad overweegt dat het niet nodig is te beoordelen of de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Bovendien kwalificeren de kosten strikt genomen als schulden waarvoor op grond van artikel 13 WWB Pro in principe geen bijstand wordt verleend. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor legeskosten ventvergunningen is terecht afgewezen wegens het ontbreken van noodzakelijkheid.