ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling aanvraag bijstand wegens onvoldoende gegevens
Appellant diende op 11 mei 2005 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam verzocht appellant meerdere malen om aanvullende gegevens te verstrekken, waaronder bewijs van ziektekostenverzekering, bankafschriften en bewijsstukken van schulden.
Ondanks een eerste en een tweede hersteltermijn verstrekte appellant niet tijdig alle gevraagde gegevens. Bovendien gaf appellant aan bepaalde gegevens te weigeren en andere nog niet te kunnen overleggen. Het College stelde daarom de aanvraag bij besluit van 5 juli 2005 buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het College ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter bevestigde dit oordeel. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het beroep van appellant eveneens ongegrond verklaard. De Raad oordeelde dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen, aangezien de gevraagde gegevens essentieel waren voor de beoordeling en appellant niet binnen de gestelde termijnen had voldaan.
De Raad zag geen aanleiding voor toewijzing van proceskosten en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig verstrekken van noodzakelijke gegevens.