ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- J.G. Treffers
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch in een zaak betreffende de WAO. De Raad verklaarde zich echter onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep, omdat het appèlverbod van artikel 8:55, vijfde lid, Awb van toepassing is op deze uitspraak.
Appellant deed hiertegen verzet, waarna een zitting plaatsvond op 27 oktober 2006. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) was niet vertegenwoordigd. De Raad overwoog dat het appèlverbod slechts doorbroken kan worden bij evidente schendingen van fundamentele rechtsbeginselen of de procesorde, wat hier niet het geval was.
De inhoudelijke beoordeling van de rechtbank, noch de aangevoerde opmerkingen over de bedrijfsvoering van het Uwv, vormen geen grond voor doorbreking van het appèlverbod. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet van appellant tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.