ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op arbeidsongeschiktheidsuitkering zonder nieuwe feiten
Appellante had een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend gekregen met ingang van een jaar voor de datum van haar aanvraag. Na een eerdere afwijzing van een verzoek om terugwerkende kracht, diende zij een nieuwe aanvraag in met dezelfde strekking, stellende dat de ernst van haar klachten pas later volledig duidelijk werd en dat haar administratie door haar ex-echtgenoot werd beheerd.
Het UWV wees deze nieuwe aanvraag af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden. De rechtbank Maastricht had deze afwijzing bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en oordeelt dat het UWV in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om de aanvraag af te wijzen zonder toepassing van artikel 4:5 Awb Pro. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro, dat een herziening onder bijzondere omstandigheden mogelijk maakt.
De uitspraak bevestigt daarmee de rechtsgeldigheid van het eerdere besluit en het afwijzen van de nieuwe aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nieuwe aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.